DP 3: Kennisinfrastructuur

Inleiding

De komst van de Omgevingswet betekent een verandering voor de uitvoering van wet- en regelgeving, wat gevolgen heeft voor de kennis, vaardigheden, de instrumentenset en de samenwerking tussen ketenpartners. De Omgevingswet vraagt een betere samenwerking tussen de verschillende (de)centrale overheden, de ketenpartners en andere belanghebbenden zoals bedrijven en inwoners. Omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid genoemd) behelst deze integrale afweging van veiligheidsrisico’s en de wijze waarop risico’s voor de omgeving kunnen worden beperkt. Het begrip ‘omgevingsveiligheid’ is breder dan externe veiligheid alleen: het gaat bij omgevingsveiligheid altijd om een evenwichtige afweging van mogelijke gevaren in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en omgekeerd. In elke regio zijn die gevaren anders: zo is het op de Veluwe verstandig om aandacht te besteden aan bosbranden en in Zeeland aan waterveiligheid.

Het begrip kennisinfrastructuur is over de tijd heen onderhevig aan ontwikkelingen en is met de komst van de Omgevingswet opnieuw onder de aandacht gekomen. Zo is het Veluweberaad, bestaande uit nationale kenniscommunities, opgericht waarbij integraal werken en samenwerking tussen ketenpartners belangrijke speerpunten zijn. De focus ligt daarbij op kennisdeling, waarbij het vertalen van kennis vanuit kennisinstituten richting de uitvoeringspraktijk nodig is alsook inzichtelijk krijgen welke kennis nodig is vanuit de uitvoeringspraktijk.

Bovenstaande benoemde ontwikkelingen vragen om de kennisinfrastructuur voor externe veiligheid opnieuw te bekijken. De basis hiervoor is het ontwikkelen van een breed gedragen visie op de kennisinfrastructuur en het netwerk. Deze visie over een geborgde kennisinfrastructuur wordt in samenspraak met de belanghebbenden gevormd. Momenteel is deze nog in ontwikkeling.

Wel is de ambitie, governance en wijze van financiering voor het jaar 2021 beschreven in dit document. Op basis van de besluitvorming over dit document zal de concrete uitwerking plaatsvinden. In het BOb van oktober 2020 zal de visie voorgelegd worden aan de bestuurders. Daarna zal de visie in 2021 worden uitgewerkt in een meerjarenagenda 2022 - 2024.

Ambitie

De ambitie is om een kennisinfrastructuur voor omgevingsveiligheid op te zetten zodanig dat kennis gedeeld kan worden, zowel van bovenaf naar beneden als van onderop naar boven, en dat kennis verder ontwikkeld wordt.
Kennis dient daarvoor beschikbaar, toegankelijk, juist en actueel te zijn. De kennis dient aan te sluiten bij de kennisbehoefte van de decentrale overheden en de uitvoeringsdiensten, zodat:

  • de kennis over omgevingsveiligheid optimaal aanwezig is bij bestuurders (en hun beleidsadviseurs), zodat zij een goede, transparante en integrale afweging maken over omgevingsveiligheid, met als doel dat inwoners gezond en veilig zijn;
  • de kennis over omgevingsveiligheid moet optimaal aanwezig zijn bij de uitvoeringsdiensten, zodat zij een goed en transparante advies over omgevingsveiligheid kunnen maken;
  • de kennis die hiervoor nodig is op een eenvoudige wijze ontsloten kan worden;
  • de kennis over omgevingsveiligheid bekend en geïmplementeerd is bij stakeholders, zoals woningcorporaties en bedrijven, zodat bij nieuwe ontwikkelingen in het fysieke domein er vooraf intrinsiek rekening gehouden wordt met veiligheid;
  • kennis over omgevingsveiligheid bij inwoners en stakeholders toegankelijk is zodat zij invulling kunnen geven aan hun participatie.

Meerjarendoelstelling
Het doel van de kennisinfrastructuur omgevingsveiligheid is het faciliteren van de uitvoering van de Omgevingswet op een doelmatige manier, op het gebied van omgevingsveiligheid, door de decentrale overheden en hun uitvoeringsdiensten, zodanig dat de fysieke veiligheid gewaarborgd is en ook zo ervaren wordt door bewoners. Daarbij dient er rekening gehouden te worden met de ontwikkelingen van de wet- en regelgeving, zoals de invoering van de Omgevingswet en gebruik gemaakt te worden van kennisinfrastructuren binnen de overheid, zoals het Veluweberaad.

Visie

In 2020 wordt dan ook de nieuwe visie gevormd, die een (nu nog niet uitgekristalliseerd) eindbeeld schetst: die van een robuuste en toekomstbestendige kennisinfrastructuur voor de uitvoering van de wettelijke taken, die samenhangt met de kennisinstituten en nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe thema’s zoals energietransitie, zeer zorgwekkende stoffen en circulaire economie spelen hierin een rol.
De vraag is wat de uitvoeringspraktijk nu - met de komst van de Omgevingswet en de maatschappelijke ontwikkelen - nodig heeft, hoe de kennis op de juiste plaats beschikbaar komt en te weten wat de juiste kennis is. Vervolgens kijken we in hoeverre de bestaande instrumenten daaraan bijdragen of aanpassingen behoeven, wat er ontbreekt en welke instrumenten en structuren hun waarde verliezen. Wat er nodig is om dat te organiseren, is een proces dat in 2020 plaatsvindt door de overheden en hun kennispartners.

Afbakening
De kennisinfrastructuur omgevingsveiligheid is primair bedoeld voor het ondersteunen van de uitvoeringspraktijk, daar waar de afname in kennis van omgevingsveiligheid direct effect heeft op de veiligheidssituatie en beheersing van risico’s voor bewoners.

Er wordt afgebakend op de veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in het VTH-stelsel en de ruimtelijke ordening. Communicatie over risico’s en het perspectief voor inwoners is er een onderdeel van. Ook is er bijvoorbeeld aandacht voor de eerder genoemde nieuwe thema’s.
Het bevoegd gezag en de uitvoeringsdiensten maken waar mogelijk gebruik van de kennis die elders aanwezig is. De kennisinstituten, zoals RIVM en IFV, worden betrokken bij de vorming van de visie omdat een gedeelte van hun kennis via het kennisnetwerk verspreid wordt. De signalen van de uitvoeringspraktijk zijn op hun beurt weer waardevol voor de kennisinstituten.

Werkwijze en planning

Werkwijze

  • Het jaar 2021 wordt ingesteld als transitiejaar. Daarbij blijft de huidige kennisinfrastructuur vooralsnog gehandhaafd, tenzij duidelijk is dat het betreffende onderdeel zijn doel niet dient of er een alternatief is (bijvoorbeeld RRGS wordt vervangen door REV);
  • De visie vormt de basis voor de verdere invulling van cluster 3 in 2022-2024.
  • De eerste ervaringen met de Omgevingswet en de nieuwe thema’s zullen meegenomen worden bij het invullen van cluster 3 in 2022-2024;

  • De huidige kennisinfrastructuur zal geëvalueerd worden, daarbij wordt meegenomen wat actueel en nuttig blijft en wordt datgene wat niet meer nodig blijkt te zijn niet meegenomen.

Planning

  • Instellen van een werkgroep met vertegenwoordiging van in ieder geval VNG, IPO, IenW, RIVM, IFV/BrandweerNederland en ODNL. Een externe partij, begeleidt namens de VNG de visievorming en uitvoering van cluster 3;
  • In het derde kwartaal van 2020 zal er een gedragen visie op de kennisinfrastructuur zijn en een overzicht van activiteiten voor 2021. Deze visie en het overzicht van activiteiten wordt voorgelegd aan het BOb van oktober 2020;
  • Op basis van dit overzicht zal een concreet programma worden uitgewerkt voor toedeling van de middelen in 2021, en een doorkijk voor 2022-2024;
  • In 2020 en 2021 zal nader verkend worden of er nog andere thema’s zijn die binnen cluster 3 moeten worden opgepakt. De thema’s zullen verder worden uitgewerkt (om welke activiteiten gaat het, met welk doel, welke planning en financiële plaatje).
  • Op basis van de visie, de eerste ervaringen met de Omgevingswet, de nieuwe thema’s en de evaluatie van 2021 zal een meerjarenagenda 2022-2024 ontwikkeld worden;
  • IPO en IenW worden periodiek geïnformeerd via DO-klein over de voortgang van de uitvoering van cluster 3 en om suggesties gevraagd.