Ondersteuning lokaal EV beleid

Lokaal EV beleid

Er is een dreigend én geconstateerd tekort op de uitvoering van externe veiligheid ontstaan door het weglekken van generalistische en specialistische kennis en ervaring tijdens de vorming van de Omgevingsdiensten. Daarbovenop verdwijnt capaciteit en kennis wanneer er onvoldoende financiering voor de wettelijke taken beschikbaar komt.

Het doel van het deelprograma lokaal EV-beleid is dan ook:

  • Robuuste omgevingsdiensten die voor het beleidsveld externe veiligheid (omgevingsveiligheid) voldoen aan de kwaliteitscriteria en maatlatten op het gebied van VTH-taken en RO-taken.
  • Op basis van kennisinfrastructuur voor omgevingsveiligheid verankeren van een adequate uitvoering van VTH-taken en RO-taken door de uitvoerende organisaties.
  • Een goede anticipatie op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Deel voor de Veiligheidsregio’s
De Veiligheidsregio’s hebben in een gezamenlijk programma de taken van de Impuls Omgevingsveiligheid verder uitgewerkt. Een aantal Veiligheidregio’s vraagt namens zichzelf en nabijgelegen Veiligheidsregio’s middelen aan.

Versterking van de adviestaken van de Veiligheidsregio’s

De activiteiten die de veiligheidsregio’s gaan ondernemen in 2015, zijn onderverdeeld  in activiteiten ten behoeve van de ondersteuning van het bevoegde gezag en ontwikkeling en innovatie. De activiteiten hebben betrekking op handhaving, omgevingsvergunningen, omgevingsvisies (rijk, provincies en gemeenten), ongevalsscenario’s, bijscholing van adviseurs, ruimtelijke ordening en op risicocommunicatie.

Deel voor de omgevingsdiensten
De provincies hebben onderstaande acitviteiten opgenomen in een provinciaal programma (met eigen te behalen beleidsdoelen samen) , of hebben de Impuls Omgevingsveiligheid integraal overgenomen. Voor het uitvoeren van de activiteiten worden de middelen in zijn geheel of grotendeels doorgesluisd naar de omgevingsdiensten binnen de provincies.

Ondersteuning taakuitvoering bevoegd gezag door omgevingsdiensten

Uitgangspunt is dat de omgevingsdiensten alle voorbereidende werkzaamheden (inventarisatie, rekenwerk) voor de groepsrisicoverantwoording verrichten. De afweging in het kader van de groepsrisicoverantwoording blijft altijd bij de gemeente. De VTH-taken (niet-BRZO) worden ondersteund, evenals de wettelijke taak rondom risicoregistratie. De gemeenten en provincies organiseren zich door deskundigheid centraal beschikbaar te stellen. Adviserende organisaties gaan voldoen aan de maatlatcriteria, inclusief de maatlat voor de ruimtelijke ordening. Er wordt waar dit mogelijk en nodig is gestandaardiseerd. Daarnaast wordt capaciteit ingezet om te anticiperen op de omgevingswet. Dit gebeurt door:

  1. Het versterken van VTH, door het actualiseren en optimaliseren op basis van landelijke ontwikkelingen zoals die rondom LPG en LNG, actualisatie van de vergunningen in relatie tot PGS-15. Ook worden de resultaten verwerkt in de risicoregistratie in het RRGS.
  2. Het uitvoeren van risico-inventarisaties, risicoberekeningen en risicoanalyses ten behoeve van de ruimtelijke ordening,
  3. De papieren saneringsopgave (manifeste en latente saneringen) in het kader van het BEVT, BEVB en BEVI.

Structuurvisies Omgevingsveiligheid

In lijn met de gemaakte afspraken in het kader van het verbeterprogramma groepsrisico wordt beoogd dat alle bevoegde gezagen een structuurvisie omgevingsveiligheid maken, of dat zij externe veiligheid verwerken in de ruimtelijke structuurvisies. Hoewel er in de meeste regio’s een (lokaal of regionaal) EV-beleid is opgesteld is dit veelal niet als structuurvisie gedaan.

De gemeenten hebben het verbeterprogramma Groepsrisico toegezegd dit alsnog, op eigen kosten, uit te voeren. Dit vanuit de gedachte dat het hebben van een EV-beleidsvisie urgenter is geworden nu de omgevingsdiensten er zijn. Actualisatie en vernieuwing van het bestaande beleid wordt dan ook uitgevoerd. De ruimtelijke consequenties van het beleid omgevingsveiligheid worden zo vertaald in de structuurvisie van een gemeente.

Groepsrisico

Om de kwaliteit van het groepsrisico instrument te waarborgen is het nodig om zowel de RO-er als de omgevingsdiensten te faciliteren. De uit te voeren acties zijn:

  1. Een kwaliteitsverbetering van de verantwoording groeprisico met instrumenten die uit de analyse van het Verbeterprogramma Groepsrisico zijn gekomen.
  2. Actualisatie van de risico-inventarisaties door de omgevingsdiensten, na het afronden van de kwaliteitsimpuls in het RRGS.
  3. Voorbereiding op de omgevingswet.

Transport gevaarlijke stoffen

Provincies en gemeenten hebben wettelijke taken en bevoegdheden in het kader van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Zoals het uitvoeren van risicoanalyses voor (gemeentegrens overschrijdende ) transportassen (spoor, water en weg). Specifiek voor provinciale en gemeentelijke wegen worden de decentrale overheden ondersteund bij het realiseren en vaststellen van een routering gevaarlijke stoffen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het Basisnet en de inwerkingtreding van het BEVT.