DP 5: Modernisering en implementatie Omgevingsveiligheid / samenwerking REV

Ambitie

De ambitie van het programma Modernisering Omgevingsveiligheid is:

  • de succesvolle aanpak van risico’s aan de bron voort te zetten;
  • te komen tot een veiligere leefomgeving door op lokaal niveau de discussie over bescherming van bevolking, economie en milieu te bevorderen waarbij indien noodzakelijk de stakeholders toe te rusten met (adequate) maatregelen zodat zij de omgeving van risicobronnen beter kunnen beschermen;
  • waarbij een eerste aanzet tot een integraal rijksbeleid (qua veiligheid en milieu) wordt ingezet.

Voor het bereiken van deze ambities is het programma opgebouwd uit verschillende thema’s die gericht zijn op ontsluiting en beheer van informatie, kennisontwikkeling en –overdracht, nieuwe beleidsontwikkelingen en monitoring.

Thema 1: Ontsluiting en beheer van informatie (REV)

Burgers en bedrijven moeten zich een beeld kunnen vormen van de risico’s van activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in hun omgeving. Hiervoor hebben zij informatie nodig. Naast het bieden van een veiligheidsbeeld voor burgers en bedrijven is informatie over risicovolle activiteiten van belang voor een deugdelijke besluitvorming over vooral omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. Verzameling van informatie vindt plaats via het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). IenW heeft de verplichting om het REV te bouwen en te beheren. De bouw van het REV vindt plaats in 2019-2020. In de periode 2021-2024 wordt het REV uitgebouwd en mogen alle bronhouders die zijn aangewezen in de Omgevingswet, aansluiten op het REV. In 2020 hebben we al een start gemaakt met aansluiting, testen en migratie naar het REV met bronhouders (vnl omgevingsdiensten als koplopers).
De data uit het REV maakt IenW voor de burgers zichtbaar via kaarten en informatie in de Atlas Leefomgeving. Naast een beeld van de veiligheidsrisico’s geeft de Atlas informatie over hoe te handelen bij een incident. Bevoegd gezag kan ook via een API de informatie digitaal uit het REV halen ten behoeve van een deugdelijke integrale besluitvorming.
Naast de ontsluiting en het beheer is de vindbaarheid van de informatie voor de gebruiker een belangrijk aspect. In de periode 2021-2024 gaat IenW hier op in zetten.

Tot slot moet de gebruiker de veiligheidsinformatie kunnen koppelen aan andere informatie. Het REV is klaar om te worden aangesloten op het DSO zodra we in het Plan Uitbouw aan de beurt zijn.

Thema 2: Implementatie en borging Modernisering Omgevingsveiligheid

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet introduceert de Rijksoverheid aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. In de periode 2019-2020 heeft IenW de aandachtsgebieden rondom grote mijnbouwinstallaties, buisleidingen en basisnet in beeld gebracht. Provincies en gemeenten hebben de aandachtsgebieden met hulp van IenW de aandachtsgebieden van de overige risicovolle activiteiten bepaald. Met behulp van de aandachtsgebieden maakt het bevoegd gezag een keuze over de voorschriftengebieden.

De vindbaarheid van de aandachtsgebieden en de afbakening van de voorschriftengebieden behoeft nog meer duiding. De keuze voor voorschriftengebieden legt het bevoegd gezag vast in het omgevingsplan en daarmee zijn deze gebieden zichtbaar voor de gebruiker. Vraagstuk is echter het tempo voor de besluitvorming rondom de voorschriftengebieden. In het overgangsrecht zijn verschillende termijnen opgenomen die per direct of snel na inwerkingtreding van de omgevingswet van het bevoegd gezag om een keuze/besluit vraagt. Bevoegd gezag/omgevingsdiensten zijn gestart met pilots voor toepassen aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. In de periode 2021-2022 is mogelijk meer communicatie over bewustwording en de urgentie voor deze (te faseren) besluitenvorming gewenst. Met de betrokken partijen gaat IenW bekijken wat hiervoor nodig is.

De zichtbaarheid van de aandachtsgebieden is niet gekoppeld aan het omgevingsplan. Voor de gebruiker is de vraag waar hij deze moet zoeken. Zie hiervoor ook thema 1. Een beleidsvraag is wellicht of de aandachtsgebieden niet ook zichtbaar moeten zijn in het omgevingsplan.

Tot slot is de vraag of de gebruiker in staat is de informatie over de aandachtsgebieden en de voorschriftengebieden te koppelen aan andere informatie en te kunnen toepassen. BZK zorgt voor de koppeling van de verschillende informatie middels doorontwikkeling DSO-LV. IenW ontwikkelt in de periode 2021-2024 hulpmiddelen die bijdragen tot de ontsluiting en toepassing van de aandachtsgebieden en voorschriftengebieden.

Borgen van de ondersteuning bij de implementatie
Onderzoeken wat hier voor nodig is. Vanuit de visie kennisinfrastructuur die momenteel onder regie van de VNG wordt ontwikkeld, wordt hiervoor ook input verwacht. Voor de visie heeft IenW in 2020 een vraag rondom een kennislandschap neergelegd bij RIVM.

Thema 3: Ontwikkeling en beheer hulpmiddelen

In 2019 en 2020 hebben verschillende stakeholders hulpmiddelen ontwikkeld. Zo heeft RIVM het Handboek Omgevingsveiligheid, de maatregelencatalogus en de rekenmodellen in beheer. Daarnaast heeft de veiligheidsregio de risicomatrix opgezet. In de periode 2021-2024 gaan we middels een klanttevredenheidsonderzoek onderzoeken of de gebruiker de hulpmiddelen weet te vinden, zijn de hulpmiddelen naar tevredenheid, zijn de hulpmiddelen duidelijk of mist er nog iets.

(Bouwtechnische) Maatregelen binnen aandachtsgebieden
Met de invoering van het nieuwe instrument aandachtsgebieden en de daarbij toe te passen maatregelen is vanuit de praktijk behoefte naar een verdere uitwerking van bouwtechnische maatregelen aan gebouwen en voorzieningen die binnen de aandachtsgebieden worden gerealiseerd. In 2020 is een gezamenlijk gedragen beeld opgehaald bij de provincies, gemeenten, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten over wat prioriteit moet krijgen.

In de periode 2021 – 2024 worden op basis van benoemde prioriteiten onderzoeken uitgevoerd gericht op het:

  • maken van goede scenariobeschrijvingen voor de standaard scenario’s.
  • maken van stappenplannen voor de afwegingen in de meest voorkomende omgevingstypen.
  • maken van goede feitenbladen per gebouwtype over de bescherming die gebouwen, gevels, kozijnen, ramen, constructies kunnen bieden tegen de verschillende effecten van gevaarlijke stoffen.

Nieuwe beleidsontwikkelingen

De volgende nieuwe beleidsvragen zullen in de periode 2021-2024 nader onderzocht moeten worden:

  • zijn de rekenmodellen toereikend voor de nieuwe “manier van werken”? Hoe ga je om met de huidige vaste afstanden als deze veel kleiner zijn dan als je ze zou berekenen? Ontwikkelingen zoals Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV), Safe By Design, e.d., alsmede de veelheid aan verschillende rekenmodellen, zijn aanleiding om de rekenmodellen en het gebruik ervan in z’n geheel te herijken aan de nieuwe behoeften. De bedoeling is om dat op te pakken in de vorm van een meerjarig (ontwikkel)programma “modellen en data”. Wat is gericht op het verkrijgen van een eenduidig en praktisch toepasbaar instrumentarium om omgevingsveiligheidssituaties inzichtelijk te kunnen maken en zinvolle beheers-/beschermingsmaatregelen te kunnen formuleren; e.e.a. in lijn met de nieuwe beleidsontwikkelingen. Dit ontwikkelprogramma zal uitgevoerd worden in nauwe samenhang met het traject kennisinfrastructuur omgevingsveiligheid.
  • Hoe ga je om met de aanbesteding 2024 (rekenmodellen) v.w.b. de groepsrisicoberekening die vanaf 2021 niet meer nodig is? Komt deze (grotendeels) voor rekening van partijen die dit instrument willen behouden?
  • Ontwikkeling van nieuwe circulaires als gevolg van energietransitie of andere nieuwe risicovolle activiteiten zoals windturbines en energieopslagsystemen.
  • Hoe kom je tot een integraal Rijksbeleid qua veiligheid en milieu?

Thema 5: Monitoring

Binnen de hierboven genoemde thema’s gaat IenW inzetten op de vindbaarheid en de toepasbaarheid van informatie over risicovolle activiteiten, aandachtsgebieden, voorschriftengebieden en de koppeling van deze informatie met andere milieu informatie. Of de gekozen inzet de vindbaarheid etc verhoogt, brengt het Rijk (IenW, EZK) met behulp van monitoring in beeld.